Behandelingen voor lui oog en scheelzien

Occlusietherapie voor lui oog: het afplakken van één oog
Visuele therapie of visuele training voor lui oog en/of scheelzien
Een oogspieroperatie voor scheelzien
Een combinatie van visuele therapie en oogspierchirurgie

Occlusietherapie voor lui oog: het afplakken van één oog

Het afplakken van het “goede” oog ter bevordering van de gezichtsscherpte in het “slechte” of “luie” oog kan nuttig zijn als deel van een bredere behandeling waarin de patiënt wordt aangeleerd beide ogen samen te gebruiken. Enkel het afplakken van één oog, zonder een breder visueel trainingstraject, is geen doeltreffende behandeling. Het afplakken van het goede oog kan de gezichtsscherpte in het “luie” oog tijdelijk verbeteren, maar eens het afplakken wordt stopgezet zal het dominante “goede” oog het zien vaak terug volledig voor zijn rekening nemen. Dit is het geval omdat afplakken in wezen een monoculaire (éénogige) behandeling is die de oogsamenwerking niet verbetert. Om de verbetering van de gezichtsscherpte van het “luie” oog te behouden moeten de hersenen leren beide ogen samen te gebruiken. Om dit doel te bereiken zijn andere complementaire activiteiten nodig naast simpelweg urenlang één oog afplakken. Overmatige toepassing van occlusietherapie kan zelfs een averechts effect hebben op de oogsamenwerking. Kortom, de meest toegepaste primaire behandeling voor lui oog (amblyopie), zoals ze vandaag de dag nog steeds overwegend wordt voorgeschreven, is niet optimaal.


Visuele therapie of visuele training voor lui oog en/of scheelzien

Visuele therapie (VT) of neurovisuele revalidatie versterkt aan de hand van visuele en motorische oefeningen de visuele waarneming en oogsamenwerking van de patiënt. De oefeningen en de volgorde van de oefeningen worden door een functioneel optometrist geselecteerd op basis van een uitgebreid functioneel optometrisch oogonderzoek, de meest storende symptomen, de leeftijd en de individuele functionele doelstellingen van de patiënt (beter willen lezen, rijden, tennissen, …).

Tijdens visuele therapie wordt gebruik gemaakt van lenzen, prisma’s, anaglyph en gepolariseerde filters, 3D-targets en gespecialiseerde toestellen. Aangepaste computerprogramma’s en virtual-reality-headsets worden ook in toenemende mate gebruikt voor visuele therapie. De functionele optometrist of visuele trainer leert de patiënt de visuele oefeningen eerst aan in zijn optometrische praktijk. Daarna kan de patiënt die oefeningen dagelijks thuis uitvoeren en zijn prestaties verbeteren. Tijdens de daaropvolgende gezamenlijke trainingssessie worden de ervaringen en de vooruitgang van de patiënt besproken, geeft de functionele optometrist feedback en worden de volgende stappen van het trainingstraject uitgestippeld. Meer details over de verschillende soorten visuele-therapieoefeningen kan men vinden in het boek Diepte Leren Zien door Susan Barry.

Visuele therapie heeft tot doel het visuele hersensysteem en de uitvoering van oogbewegingen performanter, stabieler en stressbestendiger te maken. Visuele-therapieactiviteiten hebben een opbouwend moeilijkheidsniveau. Visuele vaardigheden die initieel zwak of onbestaande waren, worden bewust aangeleerd, dan geïnternaliseerd en dan geautomatiseerd. Eens geautomatiseerd begint de patiënt die visuele vaardigheden onbewust in het dagelijkse leven toe te passen en verbeteren ook zijn of haar levenskwaliteit en dagdagelijkse prestaties.

De duur van een geslaagd visueel therapieprogramma varieert afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en hoe ernstig en chronisch de visuele aandoening is. Afhankelijk van die factoren kan visuele therapie enkele maanden tot enkele jaren duren. Kinderen zijn over het algemeen gemakkelijker te behandelen omdat hun hersenen nog volop in de ontwikkelingsfase zitten en veel plastischer zijn, maar ook volwassenen kunnen nog behandeld worden. Hersenwetenschapper Susan Barry begon op 48-jarige leeftijd aan een visueel therapieprogramma, leerde de ogen uitlijnen en verwierf onverwacht nog dieptezicht zoals beschreven in haar boek Diepte Leren Zien. Gunstige resultaten van visuele therapie kunnen niet gegarandeerd worden maar, mede afhankelijk van de motivatie van de patiënt, is een zekere vorm van verbetering in het overgrote deel van de gevallen bijna altijd haalbaar.

Visuele therapie is de minst riskante, minst invasieve en meest doeltreffende evidence-based behandeling voor lui oog en scheelzien, en moet daarom worden aangeraden als primaire behandeling vooraleer oogspieroperaties worden overwogen. Functioneel optometristen zijn de beroepsgroep die het best opgeleid zijn in het begeleiden van visuele therapie. Functioneel optometristen zijn het visuele equivalent van een kinesist (be) of fysiotherapeut (nl).


Een oogspieroperatie voor scheelzien

Strabismeoperaties worden uitgevoerd door een straboloog of een gewone oogarts (oftalmoloog). Met een oogspieroperatie wordt de oogstand mechanisch bijgesteld door de stand van de oogspieren te wijzigen of de oogspieren te verkorten. In tegenstelling tot wat er gebeurt tijdens visuele therapie of visuele training, leert het brein de ogen niet samen gebruiken en leert de patiënt op neurologisch vlak niet anders zien. Naast een esthetisch zo goed als uitgelijnde oogstand blijven functionele visuele voordelen en structurele verbeteringen van de visuele vaardigheden meestal uit. Onder die structurele verbeteringen verstaan we het moeiteloos samenwerken van beide ogen en de hersenen, beter lezen, ontwikkeling van stereozicht, betere ontwikkeling van de visuele cortex, etc. Omdat er na een oogspieroperatie structureel niets is veranderd aan de manier van zien, is de nagenoeg uitgelijnde oogstand die de operatie tot stand bracht vaak ook niet blijvend. Doorgaans zullen oftalmologen of strabologen dan vaak bijkomende operaties voorstellen zonder visuele therapie of training zelfs maar in overweging te nemen. Dit patroon van opeenvolgende operaties “op hoop van zegen”, met voorspelbaar lage slaagcijfers, komt de patiënt niet ten goede.

Een combinatie van visuele therapie en oogspierchirurgie

Als tijdens visuele therapie onoverkomelijke mechanische obstakels worden aangetroffen, kan een oogspieroperatie toch aangewezen zijn. Een weloverwogen oogspieroperatie kan de patiënt een mechanische oogstand bezorgen die het aanleren van oogsamenwerking en andere visuele vaardigheden via visuele therapie vergemakkelijkt. Alvorens wordt overgegaan tot een operatie moeten echter alle risico’s en eventuele schade aan de oogspieren en neurologische feedbackmechanismes in acht worden genomen. Grondig overleg tussen de oogarts of straboloog en functioneel optometrist is essentieel bij het nemen van deze beslissing. Voor meer wetenschappelijke informatie en persoonlijke ervaringen met de verschillende behandelingsmethodes, kan je het boek Diepte Leren Zien door Susan Barry raadplegen.